Terugschakelen en koppelen

 Het terugschakelen. 42

Indien het motortoerental terugvalt naar circa 1000 a 1200 toeren dan moet je terugschakelen.
Bij het terugschakelen naar een lagere versnelling moet je net als bij het opschakelen het koppelingspedaal vlot en met een vloeiende beweging helemaal intrappen.
Wanneer je het koppelingspedaal intrapt moet je het gaspedaal daarbij tegelijkertijd helemaal loslaten.

Plaats je rechterhand in tussentijd naar de versnellingshendel en schakel terug naar de gewenste versnelling die overeen komt met de op dat moment gereden snelheid.
Wanneer je de juiste versnelling hebt ingeschakeld laat je het koppelingspedaal weer rustig en geleidelijk opkomen tot het aangrijpingspunt.
(het toerental begint dan iets op te lopen)
Bij het aangrijpingspunt moet je het koppelingspedaal een paar seconden stilhouden (3 a 4 sec.) en daarna rustig en geleidelijk verder omhoog laten komen.
(Houd je het koppelingspedaal bij het aangrijpingspunt niet stil dan krijgt je een schokkerige overbrenging.)

Haal nu je voet van het koppelingspedaal en zet deze links naast het koppelingspedaal.
Het omhoog laten komen van het koppelingspedaal gebeurd meestal nog tijdens het remmen.

Het terugschakelen hoeft niet, in tegenstelling tot het opschakelen, trapsgewijs te gebeuren.
Het is dan ook de bedoeling wanneer je terugschakelt je direct de juiste versnelling kiest.

 

Het schakelen van de tweede naar de eerste versnelling:

Trek de pook losjes naar links en druk deze met lichte kracht naar voren.
De eerste versnelling is nu ingeschakeld.
Het schakelen van de derde naar de tweede versnelling:

Trek de pook losjes naar achteren tot deze in de vrij valt.
Trek de pook nu naar links en trek deze daarna met geringe kracht naar achteren.
De tweede versnelling is nu ingeschakeld.
Het schakelen van de vierde naar de derde versnelling:

Houd de pook losjes in de hand en druk deze met lichte kracht naar voren.
De derde versnelling is nu ingeschakeld.
Het schakelen van de vijfde naar de vierde versnelling:

Trek de pook losjes naar achteren tot deze in de vrij valt.
Houd de pook losjes vast dan gaat deze  van zelf voor de vierde versnelling staan.
Trek de pook nu met geringe kracht naar achteren.
De vierde versnelling is nu ingeschakeld.
(Moet je naar de derde versnelling druk de pook dan losjes naar voren in plaats van naar achteren.)

Let goed op bij het verminderen van je snelheid of er ook moet worden teruggeschakeld. (1000 a 1200 toeren)
Wanneer de snelheid te laag is voor een bepaalde versnelling zal de motor een zwaar brommend geluid maken of in het ergste geval schokkerig gaan lopen of afslaan.
In de eerste en tweede versnelling mag het toerental onder de 1000 toeren komen dan hoef je niet terug te schakelen.

Als je in een te laag toerental blijft rijden krijg je een hoger brandstof verbruik de koppeling krijgt het zwaar te verduren en de motor vervuilt van binnen dit is zeer slecht voor de motor.

Je kunt ook terugschakelen aan de hand van de gereden snelheid.
Hieronder een terugschakelschema.

Terugschakelschema:

terug schakelen

Klik hier om terug tekeren naar het opschakelen.