Keren door middel van steken.

Zoek een geschikte plaats om de auto te keren.
Let op waar je stopt. Daar moeten geen obstakels op de stoep staan zoals lantarenpalen, struiken, grote stenen of iets dergelijks.
Stop de auto dicht aan de rechterzijde van de rijbaan.

Schakel de auto in de eerste versnelling.
Kijk in de binnenspiegel, voor, linker buitenspiegel en links naast je. (Dode hoek)
Geef nu een beetje gas en houdt dat gas constant. Regel dan met de koppeling je snelheid zo dat je langzamer gaat dan stapvoets.
Stuur nu de auto in beweging is snel en zoveel mogelijk naar links.
Zodra je dichtbij de stoeprand aan de overkant  van de rijbaan bent, circa 30 cm, ga je snel en zoveel mogelijk terugsturen naar rechts.
Let op dat je niet aan het stuur draait wanneer de auto stil staat. Dus altijd rijdend sturen.
Laat de banden van de auto heel zachtjes tegen de stoeprand aankomen.

Schakel de auto nu in de achteruit versnelling.
Kijk links, rechts en binnenspiegel of de weg vrij blijft.
Ga nu weer stapvoets achteruit rijden en stuur direct wanneer de auto in beweging komt zo snel mogelijk naar rechts.
Blijf tussentijds wel op het verkeer letten.
Wanneer de achterwielen dicht bij de stoeprand zijn, circa 30 cm, moet je weer snel en zoveel mogelijk terug naar links sturen.
Laat de banden van de auto heel zachtjes tegen de stoeprand aankomen.
Schakel de auto in de eerste versnelling.

Kijk links en rechts of de weg vrij.
Rijdt nu stapvoets vooruit en stuur daarbij snel  naar links.
Kijk wanneer de auto rechtuit rijdt ter controle nog een keer in de binnenspiegel, linkerbuitenspiegel en links naast je.