Het Praktijkexamen

Wat moet je meenemen naar het praktijkexamen

Jij moet meenemen:

Een geldige legitimatiebewijs.
De uitnodiging die jij via de e-mail van het CBR hebt ontvangen.
Het zelfreflectie formulier en vul deze thuis al in.

Hoelang duurt een praktijkexamen

Het praktijkexamen duurt in totaal 55 minuten.
Hiervan zijn 7 minuten kennismaking en inleiding, 40 minuten praktijkexamen en 8 minuten ter afsluiting waarin jou verteld wordt of je geslaagd of gezakt bent.

Kennismaking en inleiding examen 

Voordat het praktijkexamen begint maak je eerst kennis met de examinator. Jij moet je daar legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. Ook moet je daar een eigen verklaring ondertekenen waarmee je verklaart dat je lichamelijk en geestelijk in goede gezondheid verkeerd om een auto te kunnen besturen.

Je levert bij de examinator het zelfreflectie formulier in welke na afloop van het praktijkexamen met jou wordt besproken.
Er wordt een korte uitleg gegeven over het praktijkexamen.
Nu ga je naar de auto en tijdens het naar de auto toe lopen krijg je een ogentest.
Je moet een kenteken van een stilstaande auto kunnen lezen op een afstand van circa 25 meter.

7  

Wat wordt er van jou verwacht en wat kun jij verwachten op het praktijkexamen?

Er wordt van jou verwacht dat je tijdens het praktijkexamen zelfstandig autorijdt en een veilige en vlotte rit laat zien. Zelfstandig autorijden houd in dat jij de auto helemaal alleen kunt bedienen je wordt niet geholpen met het wegrijden, schakelen, koppelen, sturen, enzovoort.
Jij weet ook hoe je bepaalde functie's kunt in- en uitschakelen bijvoorbeeld de verwarming instellen, lichten aanzetten, achterruitverwarming inschakelen, alarmlichten aanzetten, groot licht aan- en uitzetten, bediening ruitenwissers, claxon. Tevens weet je de betekenis van de waarschuwingslampjes en meters op het dashboard.
Ook gaat de examinator er vanuit dat jij alle verkeerssituatie's die je tegen komt op het praktijkexamen zelfstandig oplost.

Een veilige rit spreekt voor zich maar het moet ook een vlotte rit zijn. Ga niet overdreven langzaam rijden of extra lang wachten om een kruising op te rijden. Indien zich de mogelijkheid aanbiedt bij een kruising om door te rijden moet je dat ook doen.
Meerijden met het verkeer houd in dat je daar ook de geldende maximum snelheid rijdt tenzij het volgens jou verstandiger is om langzamer te gaan rijden.
Bijvoorbeeld het wordt behoorlijk smal, grote verkeersdrukte of een andere reden waardoor het naar jouw inzicht nodig is om langzamer te gaan rijden. Ga dan in zo'n geval ook zeker rustiger rijden dat wordt van je verwacht. (Inzicht)

Wat kun je verwachten

Voordat je gaat rijden kan de examinator jou een paar vragen stellen over de banden, over een aantal punten onder de motorkap, over het dashboard en andere schakelaars, stoel- en spiegelafstelling in de auto.

Tijdens het praktijkexamen geeft de examinator jou de route op net zoals dat tijdens het lessen gebeurd.
Wordt er niets gezegd dan ga je rechtdoor op een rotonde ga je dan halfrond. Kom je tijdens het praktijkexamen een verkeersbord tegen bijvoorbeeld een verplichte rijrichting 8waar je gedwongen wordt om links of rechtsaf te slaan dan zegt de examinator niets.
Er wordt vanuit gegaan dat jij zelf de verkeersborden ziet en deze opvolgt.
Rijd ook geen doodlopende weg in maar blijf de doorgaande weg volgen.
Nader je een afbuigende voorrangsweg dan is in de  afbuigende voorrangsweg de doorgaande weg.
Tijdens het praktijkexamen krijg je ook een stuk zelfstandig rijden.
Dat kan door middel van een clusteropdracht, met navigatie rijden of ze geven jou een opdracht om naar een bepaald gebouw te rijden

Een clusteropdracht is bijvoorbeeld:
Je gaat de eerste weg rechts, de tweede links en blijf dan de borden Emmen volgen.
Tussentijds mag je rustig vragen wat het ook alweer was de eerste of de tweede links het is geen puzzeltocht.
Rijd je verkeerd dan wordt dat niet als een fout gezien het gaat erom dat jij veilig blijft rijden.9
(Geen weg inrijden waar je niet in mag rijden natuurlijk.)

Moet je met de navigatie rijden dan gaat de examinator er vanuit dat jij het navigatiesysteem zelfstandig kunt bedienen.
Rijd je verkeerd tijdens het rijden met de navigatie dan wordt dat niet als een fout gezien indien het maar wel veilig gebeurd.
Blijf altijd voorspelbaar voor het overige verkeer. Doe geen plotselinge dingen waar anderen geen rekening mee hebben gehouden.

De examinator kan aan jou vragen of je bekend bent in Hoogeveen.
Zeg jij dat je niet bekend bent in Hoogeveen dan kan de examinator jou een bepaald gebouw aanwijzen en zeggen dat je daar naar toe moet rijden. (Bijvoorbeeld Rabobank)
Weet je op een gegeven moment helemaal niet meer waar je naar toe moet rijden ga dan gewoon voor je zelf een stukje rond rijden in Hoogeveen.
Ook kun je de opdracht krijgen om naar het station te rijden volg dan de borden P+R en je komt  bij het NS station.10
Moet je naar het ziekenhuis volg dan de borden H (hospitaal) of Bethesda ziekenhuis.
bethesda
Het praktijkexamen

Tijdens het praktijkexamen kun je een situatiebevraging krijgen.
Jij hebt een verkeerssituatie opgelost en de examinator kan jou dan vragen waarom jij het zo hebt opgelost.
Ook kan er jou gevraagd worden of jou daar iets speciaals is opgevallen waar je misschien extra aandacht aan moest geven.
Of wat je hebt gedaan om die situatie veilig op te lossen?
Het wil helemaal niet zeggen dat jij het in die situatie verkeerd hebt gedaan integendeel het kan ook zijn dat je het heel goed hebt opgelost.
Praat er over hoe je er zelf opdat moment over denkt dat is het best.

Je krijgt twee bijzondere verrichtingen op het praktijkexamen.
Er is de keus uit een hellingproef, stopopdracht, parkeeropdracht of een omkeeropdracht.
Krijg je een stopopdracht, parkeeropdracht of een omkeeropdracht dan bepaal jij zelf hoe en waar je de bijzondere verrichting uitvoert.

Een stopopdracht mag zowel rechts als links van de rijbaan ook mag je een stopopdracht voor een inrit uitvoeren.

Een parkeeropdracht op een parkeerplaats: Je rijdt heel rustig de parkeerplaats op om te kijken waar jij het makkelijkst in een parkeervak kunt parkeren. Zorg indien mogelijk dat je aan beide zijden van de auto een leeg parkeervak hebt.
Jij bepaalt zelf of je vooruit of achteruit in parkeert.
Let op wanneer je een parkeeropdracht krijgt in een straat dan is het de bedoeling dat je gaat fileparkeren of wanneer er parkeervakken in die straat aanwezig zijn dan mag je ook parkeren in een parkeervak net zo als op een een parkeerplaats.

Bij een omkeeropdracht moet jij de auto keren. Jij bepaalt hier ook zelf op wat voor wijze je dat gaat doen.
Je hebt de keus uit vier mogelijkheden om de auto te keren.

1 Je kunt omkeren als er voldoende ruimte is door middel van een halve draai te maken.
2 Rijd je op een niet al te smalle en drukke weg dan kun je de auto keren door middel van steken.
3 Wat ook een mogelijkheid is om te keren door middel van een bocht achteruit te rijden.
4 Je kunt ook in een parkeervak parkeren en dan weer terug gaan om te keren.

Dus op je praktijkexamen moet je een keus maken uit één van deze vier mogelijkheden om de auto te keren.

Tijdens het praktijkexamen kun je gewoon een gesprek aangaan met de examinator.
De examinator praat met jou niet om jou af te leiden maar om een ontspannende sfeer te creëren.
Is er op een moment even geen tijd om te praten of wil je liever niet praten praat dan niet.
Maak je niet druk wanneer je een klein foutje maakt bijvoorbeeld de motor slaat een keer af zorg dat het niet weer gebeurd herstel de fout goed blijf goed kijken en denk er niet meer over na.
Wat achter jou ligt daar kun je niets meer aan veranderen alles wat voor jou is daar kun je nog wat van maken. Maak jij een fout dan kun je dat rustig vertellen aan de examinator zo weet hij dat jij je toch bewust bent van de fout.

Denk ook halverwege niet van het gaat goed zo. Blijf scherp en alert verwacht ten alle tijde het onverwachte.
Aan het einde van het praktijkexamen kom je terug bij het CBR hier moet jij voor- of achteruit een parkeervak inparkeren.
Als je zelf de keus hebt kies dan de makkelijkste optie voor jou en blijf alert en kijk goed.
Sta je stil in het parkeervak werk dan de auto af zet de auto in de vrij, handrem er strak optrekken, stroom verbruikers uitzetten, motor uitzetten en de sleutel uit het contactslot halen. En als laatst op je praktijkexamen stap je uit de auto.
Kijk voor het uitstappen in de binnenspiegel, voor je, linker buitenspiegel en links naast je open het portier met je rechterhand dan kijkt je min of meer al links naast je.

Afsluiting praktijkexamen

Hier eindigt jouw praktijkexamen.
Je loopt samen met de examinator het CBR gebouw binnen en daar krijg jij de uitslag voldoende of onvoldoende.
Nu wordt door de examinator het door jou ingevulde zelfreflectie formulier erbij gehaald en met jou besproken.

Neem voor het praktijkexamen onze gehele leergang nog eens een keer heel goed door zodat je goed voorbereidt op het praktijkexamen verschijnt.

Heel veel succes.

Klik hier voor alles wat jij moet weten over de autobanden.

Klik hier voor alles wat jij moet weten over het dashboard en overige schakelaars.

Klik hier voor alles wat jij moet weten over de motor.